De grote symbolen van de tarot -deel 1

Arthur Waite in ceremoniële kledij
tekening van Arthur Waite in zijn ceremonieel gewaad

Tussen 1917 en 1922 liet Arthur Waite verschillende schilderijen/illustraties ontwerpen die bekend staan als The Great Symbols of the Paths (illustrations to the Ritual of the most Holy Order of the Rosy and Golden Cross). Deze op tarot geïnspireerde illustraties werden aan de muur geprikt en gebruikt tijdens rituelen. (Na de rituelen haalde men de illustraties van de muur, zodat de ruimte terug op een gewone huiskamer leek.)
Enkele jaren later schreef Waite een artikel met als titel: The Great Symbols of Tarot. Het werd in twee delen in The Occult Review gepubliceerd ( januari en februari 1926).

Als je de illustraties bekijkt en dit artikel leest, dan merk je dat Waites visie op esoterie en tarot was veranderd in vergelijking met 1909 (jaar waarin hij zijn tarot en boek Key to the tarot publiceerde)

Waite stond bekend als iemand met een bijna encyclopedische kennis over esoterie en symbolen. Hij was één van de eerste esoterische kenners die systematisch en kritisch bronnenanalyse toepaste. Hij schreef  gedurende vele decennia esoterische artikels en boeken. Zijn schrijfstijl is archaïsch en hij had de gewoonte veel woorden te gebruiken om soms inhoudelijk weinig te zeggen. Tussen de wirwar van woorden, zitten zeer interessante ideeën. Het is aan de lezer om die uit de tekst te puren.
Enkele jaren geleden vertaalde ik voor eigen gebruik het artikel ‘De grote symbolen van de tarot’. Ik twijfelde om deze stugge tekst op mijn blog te zetten. Nu ik het terugvond in een map, dacht ik : ach waarom niet. Ik scande de tekst en paste het een beetje aan. Toch ben ik tijdens het vertalen zeer nauw bij de oorspronkelijk tekst gebleven, om de denkstijl van Waite zo goed mogelijk weer te geven. Ik heb me in de tekst bewust onthouden van extra toelichting bij sommige passages. Dit gaat helaas een beetje ten koste van de leesbaarheid.

Om de leeservaring toch wat op te krikken, plaatste ik er enkele afbeeldingen bij (die horen niet bij het oorspronkelijk artikel).
De lange tekst wordt in twee delen op mijn blog gezet.

Ik ben erg benieuwd wat jullie van deze tekst vinden en kijk uit naar jullie reacties.

De grote symbolen van de tarot

Vertrekkend vanuit de hypothese dat er een diepere betekenis zit in de voornaamste tarot symbolen dan op het eerste zicht lijkt, is het noodzakelijk enkele veronderstellingen te bepalen als eerste stap in het ophelderen van interpretatieproblemen. Ik wil hierbij benadrukken dat ik met de voornaamste symbolen, die symbolen bedoel die aanwezig zijn in de grote arcana.

Het eerste punt is het simpele feit dat we niets met zekerheid weten over de tarotkaarten. Echter zoals gebruikelijk in zaken die behoren tot occulte kunsten en de zogenaamde wetenschap, de plaats van kennis is bezet met onkritische mijmeringen en verzinsels. Dit is frauduleus, ook al is de fraude vaak onbewust begaan.

de-dwaas-gringonneur-charles-6
De Dwaas uit de Gringonneur of Charles VI tarot

Het is bevestigd dat de kunstenaar Gringonneur rond het jaar 1393 een set van speelkaarten met afbeeldingen ontwierp voor Koning Charles de zesde van Frankrijk. Het is ook bevestigd dat sommige afbeeldingen identiek waren aan die van de grote arcana van de tarot. Het bewijs hiervan zijn enkele prachtige antieke kaarten, in totaal 26, die verspreid zijn over verschillende continentale musea en in het verleden toegeschreven werden aan Gringonneur. Er wordt nu verondersteld dat tarotkaarten van Italiaanse oorsprong zijn, waarschijnlijk begin 15 de eeuw. Er zijn geen bestaande voorbeelden voorafgaand aan deze periode. Vanuit het standpunt van deskundige autoriteit is het vaststellen van de oorsprong (plaats en datum) van de tarotkaarten niet het voornaamste.

Ik kan niet bevestigen dat Venetiaanse, Bolognese en Florentijnse restanten van sets afkomstig van 1400-1418 de eerste tarotkaarten waren die ooit zijn ontworpen. In het licht echter van de generatielange onzin in getuigenissen over dit onderwerp moet gezegd worden dat het eveneens onmogelijk is te stellen dat ze dat niet zijn.

Antoine Court de Gebelin (1724 – 1784)
Antoine Court de Gébelin

Tegen het einde van de 18de eeuw vestigde Court de Gébelin, een geleerd man en antiquair, als eerste de aandacht op het bestaan van tarotkaarten door schetsen van de grote arcana in het achtste volume van Le Monde Primitif op te nemen. Hij vermeldde dat hij kaarten had gezien die ruw, primitief en barbaars waren. Het soort kaarten die je verwacht te zien op het platteland, bij de lagere klasse van spelers en gokkers of bij zigeuners, om te gebruiken bij waarzeggerij.

Stel dat ze werden ontworpen en uitgevonden in de periode vermeld (begin 15de eeuw), intussen waren bijna vier eeuwen verstreken. Dit is ruim voldoende tijd om zich te verspreiden over de landen waar ze terug gevonden waren door Court de Gébelin, nl. Zuid-Frankrijk, Spanje, Italië en Duitsland. Als de grote arcana in oorsprong onderscheiden werden van de kleine arcana, dan hadden ze ondertussen alle gelegenheid gehad zich terug samen te voegen. Anderzijds kan het ook zijn dat de afbeeldingen, misschien zelfs in verschillende stijlen, mogelijks reeds oud waren in 1400 (ik doel hier op de grote arcana). Als dit het geval is, werden ze pas na de 15 de eeuw toegevoegd aan de prototypes van onze moderne speelkaarten. Het is duidelijk dat het veld openligt voor interpretatie, maar niemand heeft het recht één van beide visies naar voor te schuiven tenzij men in de ontwerpen zelf bewijs vindt van de verdedigde stelling. Dit los van de echte of veronderstelde oudste bekende exemplaren.

Het was mijn bedoeling via deze samenvatting de historische positie te bepalen van de tarotkaarten. Het volgend punt is de geldigheid van de vernoemde speculaties in te schatten. Het is me bij deze gelegenheid niet mogelijk, noch vind ik het noodzakelijk, om meer te doen dan mijn eerder vermeldde stellingen te herhalen die het resultaat zijn van onderzoekingen gedaan voor 1910.

De eerste en meest favoriete hypothese over de tarotkaarten is dat ze van Egyptische oorsprong zijn. Deze stelling werd naar voor geschoven door diegene die in alle opzichten de ontdekker van de tarotkaarten kan genoemd worden, Court de Gébelin. Deze stelling wordt reeds lang door autoriteiten als juist geacht, los van alle veronderstellingen en de schijnbare gebruiksmogelijkheden. De Gébelin was Egyptoloog in een periode dat Egyptologie nog in zijn kinderschoenen stond (of zelfs nog geboren moest worden). Hij formuleerde zijn indrukken in stellingen en in termen van zekerheid. Men houdt nog steeds vast aan deze stellingen. Ze overschaduwen nog steeds de huidige kennis omdat deze stellingen werden overgenomen door Franse occulte dromers en ijverig door hen werden gesteund.

Eliphas_Levi_1872_Photo_OriginaleDe meest opvallende en op fantasie berustende uitwerkingen van de stellingen kwam van Eliphas Levi, in 1856 en de jaren volgend. De afbeeldingen waren voor hem niet alleen van Egyptische oorsprong, meer bepaald van de vroegste dynastieën, maar zelfs terug te voeren tot de mythische Hermes en de antediluviale wijsheid van Enoch. Een ander theorie was dat ze het traditionele boek van Adam vormden, die in het paradijs door een engel werden gebracht en hem na de val werden ontnomen. Later kreeg Adam het terug omwille van zijn vele ernstige smeekbedes.

Levi deed echter veel meer dan theoretiseren over dit onderwerp. Hij gaf de picturale afbeeldingen van de kaarten weer hun juiste oorspronkelijke vorm. Die vorm werd gekenmerkt door pseudo-Egyptische ontwerpen, duidelijk het werk van een amateur.

Dezelfde praktijk behield de overhand ook nadat Levi was opgehouden met publiceren. Het is lang na hem, onder de auspiciën van Oswald Wirth en anderen dat de grote arcana verschijnen in alle vormen van imitatie-Delta-kunst. Deze dingen zijn in alle opzichten een toepassing van een oneerlijk apparaat, maar helaas zeer karakteristiek op hun eigen manier. Voor een huwelijk tussen speculatief occultisme en intellectuele oprechtheid is in Frankrijk nauwelijks tijd gemaakt en ook elders zelden voldoende.

Dit zijn de eerste voorafgaande punten die ik hier naar voor schuif ter consideratie. Dit om zoals ik al eerder vermeldde enkele interpretatieproblemen te verhelderen.
In de complete afwezigheid van elke vorm van bewijs gaande dit onderwerp, moeten we tevreden zijn met het voeren van een open geest over waar de tarot vandaan komt. Indachtig dat de vroegste ontwerpen waarmee we vertrouwd zijn niet afkomstig zijn uit de oudheid, tenzij misschien in het geval dat we 15 de eeuw als oud genoeg beschouwen in de afwezigheid van een “partis pris” (denkfout).

baccio-baldini-judith-onthoofdt-holofernes
Judith onthoofdt Holofernes – artiest Baccio Baldini

Dit houdt ook in dat men respect dient te hebben voor elke soort van kaarten, inclusief de Baldini emblemen, deze emblemen behoren niet tot de tarot, de orakelspellen noch de kansspellen.

Ik kan me volledig vinden in de bevredigende gedachte die ik sinds enige jaren heb, en ik ben hierin niet de enige, dat de grote arcana oorspronkelijk onafhankelijk van de andere arcana bestonden en dat ze enkel, op een bepaald ruw te schatten moment, samen kwamen omwille van het gokspel.

Momenteel gaat mijn aandacht alleen naar wat de grote symbolen kan genoemd worden. Het zijn er 22 en er is geen twijfel mogelijk dat sommigen van hen corresponderen met nalatenschap en types. De Keizer en de Keizerin, de Paus en de Jongleur behoren uiteraard tot deze orde. Zelfs als we hen vanuit speculatief standpunt zouden plaatsen in de middeleeuwen dan nog kunnen we de zogenaamde pausin Johanna of de Hogepriesteres, niet op een dergelijke manier verklaren. Ze moet worden toegewezen aan een andere opeenvolging van omstandigheden, in het algemeen onder een andere regeling van de menselijke gemeenschap Het moet worden opgemerkt dat ofschoon Venetiaanse, Florentijnse en Franse tarotdecks enigszins duidelijk verschillen, binnen de smalle grenzen natuurlijk, dat pausin Johanna nooit werd aangeduid als de Abdis. Ik kan me ook niet herinneren dat ze zo werd omschreven zodat een dergelijke denominatie niet van toepassing kan zijn, noch dat de afbeelding voorkomt op kerkelijke eigendommen in het Christendom.

Ze komt daarom, zoals ik reeds te kennen gaf, uit een andere plaats en uit een andere orde de dingen. Dit is de ene grote arcana uit de tarot die een oorsprong uit de oudheid suggereert, echter niet in de zin van Court de Gébelin, die de afbeelding Isis noemde. De afbeelding verwijst naar een obscure voortzetting van heidens geloof en rites in Italië. Dit lijkt te zijn bewezen door onderzoek van Leland over deze feiten.

In dit geval en op basis van de waarde van zijn onderzoek, waar ik elders commentaar op gaf is het niet onwaarschijnlijk dat de pausin Johanna een overblijfsel vertegenwoordigt van de oude Astarte cultus. Ik pretendeer niet tevreden te zijn met deze uitleg, maar kan eventueel voorlopig worden aanvaard, zonder dat dit per se moet leiden tot de vraag over de relatie tussen de oudheid en de middeleeuwen.

Ten midden van alle duisternis, het enige punt dat boven alles zeker is : waar de kaart ooit oorspronkelijk voor stond, het was niet de mythische pausin Johanna. Deze toeschrijving ontstond als een sprong in de duisternis van onwetendheid van mensen — uit Frankrijk of Italië- die de legende van pausin Johanna kenden, maar nog nooit van Astarte, laat staan Isis, hadden gehoord. Ik beschouw dit als een vrij oude sprong in het ongewisse.

Ik heb gesproken van de indeling in types, nalatenschap of klasses, maar dit betreft slechts het geval bij enkele afbeeldingen. De meerderheid van de Grote Arcana zijn soms allegorisch en kunnen in vele gevallen slechts begrepen worden als behorend tot een wereld van symbolen, terwijl enkel andere doctrinair van karakter zijn, in de zin van de ruwe Christelijke doctrine. De kaarten De Opstanding en De Duivel behoren tot deze laatste klasse.

De Dood aan de andere kant, is een zeer eenvoudige allegorische afbeelding, zoals De Geliefden, Gerechtigheid en Kracht.
De symbolische kaarten, die zo moeten worden genoemd omdat ze niet overeenstemmen met wat we verstaan onder allegorieën zijn : De Gehangene, De Zegewagen, de zogenaamde kaart van Matigheid, De Toren, De Ster, De Zon en De Maan, en de kaart die onder verschillende namen voorkomt, waarvan één naam De Wereld is.

Het Rad van Fortuin is schijnbaar van samengesteld karakter en behoort zowel tot de klasse van de allegorieën als van de symboliek; terwijl De Dwaas juist erg moeilijk te classificeren is. Oppervlakkig lijkt hij terug te voeren tot de klasse waartoe inwoners uit de onderste laag van de bevolking horen, een bedelmonnik of vagebond. Hij stelt de Italiaanse ‘Lazzaroni’ voor, behalve dat hij een portemonnee draagt, alsof hij op weg is door de wereld. Hierdoor is hij een verwijzing naar de onbeschrijfelijke grote groepen mensen die de legers tijdens de kruistochten en later, volgden. Hij is de antithese van De Jongeleur, die ten koste van anderen bloeit door een schurkachtige handel te bedrijven of winst te maken door een lage soort van vaardigheden.

Wanneer Court de Gébelin de Grote Arcana beschreef, in relatie met de rest van het tarotspel gaf hij een beschrijving van hun gebruik in gevaarlijke spelen. Hij had ook gehoord over hun profetische waarde en kon, behalve op bepaalde punten, de wijze waarop ze werden aangepast voor dit doel vaststellen. Op deze wijze is hij onze eerste autoriteit op vlak van de traditionele betekenis van kaarten als onderdeel van waarzeggerij. Hij vertegenwoordigt op deze manier een andere mijlpaal in de obscure geschiedenis van het onderwerp. Het is aan te nemen dat zijn kennis beperkt is tot het gebruik in Frankrijk. Er is geen manier om te weten of men in Spanje, Italië en Duitsland op dat moment andere methodes hanteerde.

Etteilla in zijn werkkamer
Etteilla

Ik geloof dat Alliette of Eteilla, op de drempel van de 19de eeuw, de profetische betekenis wijzigde in overeenstemming met zijn eigen voorkeuren. Net zoals hij de volgorde van de Grote Arcana zelf wijzigde en in bepaalde gevallen de oorspronkelijke namen veranderde. Zoals we hebben gezien begon Eliphas Levi in het jaar 1856 zijn occulte openbaringen, die grotendeels gebaseerd waren op de Grote Arcana, uit te geven. Hij ontwikkelde op een uitgebreide manier hun soms filosofische betekenissen. Ze zijn soms zeer suggestief en altijd merkwaardig; maar het moet worden begrepen dat hij op vlak van occulte zaken uitsluitend steunde op persoonlijke intuïtie en vernuft.

(einde eerste deel)

copyright : Annick Van Damme~~~ Tarot Cirkel 2017
 

 

 

 

2 thoughts on “De grote symbolen van de tarot -deel 1

  1. Met grote belangstelling las ik deze uiteenzetting betreffend de herkomst en betekenis van de Tarotsymbolen. Ik vind hetgeen geschreven is van groot belang en voor de belangstellende lezer verhelderend.

  2. Historisch klopt zijn uitleg niet 100%. Zo zijn we er vanuit onderzoek naar de geschiedenis van de speelkaarten zeker van dat er eerst gewone speelkaarten waren en dat tarot een speciale variatie op de speelkaarten is. De grote arcana hebben tot in de 19de eeuw (begin van de esoterische tarot) niet als apart kaartenset bestaan.

    Waites bewondering voor Gebelin valt op. Hij waardeert zijn pionierswerk. Dat Gebelins denkfouten klakkeloos door anderen werden overgenomen vindt Waite verfoeilijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s